Seinen en Seinbeelden

Uit 3rail Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Seinen

Seinen op het spoor worden ingezet om het treinverkeer te beveiligen. De seinen geven de machinist opdrachten en toestemmingen, zodat deze weet of het al dan niet veilig is om het sein te passeren. Seinen zijn er in vele vormen. Naast armseinen en lichtseinen zijn er ook akoestische seinen, vlagsignalen en tevens diverse borden langs het spoor die aangeven met welke snelheid er gereden mag worden of informatie geven over het te berijden traject.
Elk land heeft zijn eigen set aan seinen, borden en regels, waardoor het uiterlijk van de seinen nogal per land verschillen.
In hoofdlijnen zijn echter de seinbeelden identiek, wat wil zeggen dat de stand van de armen en kleuren van de lichtseinen wel dezelfde betekenis hebben.

Spoorwegseinen zijn in te delen in de volgende groepen:

  • Hoofdseinen
  • Voorseinen
  • Rangeerseinen
  • Dwergseinen
  • Borden

Armseinen

De eerste seintypen waren armseinen, welke bestaan uit een mast met één of meerdere beweegbare armen. De stand van de armen geeft het seinbeeld weer. Deze seinen waren in het donker slecht te zien, waardoor ze al snel werden voorzien van lampen. Voor de lampen zit een beweegbare schijf met een rode en een groene lens, zodat het seinbeeld ook in het donker kon worden bepaald.

Bij de armseinen zijn er 3 types hoofdseinen te onderscheiden:

  • Hoofdsein met 1 arm
  • Hoofdsein met gekoppelde armen
  • Hoofdsein met ongekoppelde armen

Hoofdsein met 1 arm

Hoofdsein-met-1-arm.png

Het hoofdsein met 1 arm kan als bloksein of als uitrijsein (waarbij er geen sprake is van een afbuigende wissel) worden gebruikt.
Het wordt dan ook ingezet op trajecten waar met maximale snelheid kan worden gereden.

Het sein kent 2 standen:

  • Hp0 - Arm recht, lamp rood (onveilig/stoppen)
  • Hp1 - Arm diagonaal omhoog (veilig/rijden toegestaan)


Hoofdsein met gekoppelde armen

Hoofdsein-met-gekoppelde-arm.png

Het hoofdsein met gekoppelde armen wordt o.a. als uitrijsein bij zijsporen gebruikt waarbij een afbuigend wissel genomen moet worden.
Het wissel mag dan met maximale sneldheid van 40 km/h worden genomen.

Het gekoppelde armsein kent ook 2 standen:

  • Hp0 - Bovenste arm horizontaal,rode lamp, onderste arm verticaal, (onveilig/stoppen)
  • Hp2 – Beide armen diagonaal, bovenste lamp groen, onderste lamp oranje (rijden met max. 40 km/h)


Hoofdsein met ongekoppelde armen

Hoofdsein-ongekoppelde-arm.png

Het hoofdsein met ongekoppelde armen wordt gebruikt als inrijsein bij stations emplacementen waarbij de wissel in beide standen genomen kan worden. Bij een rechte wisselstand kan deze met de maximaal toegestane snelheid genomen worden. Indien de wissel afbuigend genomen wordt mag deze met een maximale snelheid van 40 km/h genomen worden.

Het hoofdsein met ongekoppelde armen kent 3 standen:

  • Hp0 - Bovenste arm horizontaal,rode lamp, onderste arm verticaal, (onveilig/stoppen)
  • Hp1 - Bovenste arm diagonaal,groene lamp, onderste arm verticaal, (veilig/rijden toegestaan)
  • Hp2 – Beide armen diagonaal, bovenste lamp groen, onderste lamp oranje (rijden met max. 40 km/h)



De opvolger van het armsein was het lichtsein, welke inmiddels het overgrote deel van de armseinen heeft vervangen. Toch zijn er op sommige trajecten nog armseinen te vinden, met name op de kleinere zijlijnen in Duitsland kun je nog armseinen tegenkomen.


Voorbeeld gebruik Armseinen

Het onderstaande plaatje is een voorbeeld voor het plaatsen van armseinen op de baan. Hier wordt de plaats van de diverse armseinen weergegeven. Voorbeeld-armseinen.png

Lichtseinen

Met de elektrificatie van het spoor moesten ook de armseinen in rap tempo het terrein verlaten en plaatsmaken voor de modernere lichtseinen. Lichtseinen zijn er in veel uitvoeringen. Daarnaast heeft elk land zijn eigen set aan lichtseinen waarbij het uiterlijk en het aantal lichten per sein nogal verschild.<br/
Bij lichtseinen onderscheiden we hoofdseinen in de volgende uitvoeringen :

  • Het bloksein
  • Het inrijsein
  • Het uitrijsein

Het bloksein

Bloksein-seinbeeld.png

Het bloksein bewaakt het volgende baanvak, ook wel blok genoemd.
Het sein kent maar 2 seinbeelden, namelijk:

  • Hp0 = stoppen (rood) : Er is nog een trein in het volgende baanvak aanwezig.
  • Hp1 = doorrijden toegestaan (groen) : Het volgende baanvak is vrij.



Voorbeeld toepassing bloksein en voorsein

In het volgende plaatje worden de verschillende seinbeelden weergegeven van de blokseinen en voorseinen bij een enkelsporig traject.

Baanvak-bloksein.png

In de eerste situatie staan zowel het voorsein als het hoofdsein op groen (respectievelijk Vr1 en Hp1) voor de naderende trein. Dit betekent dat er geen trein in de volgende baanvakken aanwezig is dat het veilig is om met de maximaal toegestane snelheid door te rijden.

In de 2e situatie staat het voorsein op oranje en het hoofdsein op rood voor de naderende trein. Het voorsein geeft het Vr0 beeld wat "stop verwachten" betekend. Het hoofdsein geeft het Hp0 beeld ten teken dat de trein moet stoppen. Het volgende baanvak is immers niet veilig aangezien zich daar nog een trein in bevindt.

In de 3e situatie staat het voorsein op oranje/groen (Vr2) en het hoofdsein op op groen (Hp1) voor de naderende trein. Dit betekend dat het is toegestaan om door te rijden naar het volgende baanvak (dat veilig is), maar dat er een stop aan het eind van het volgende baanvak te verwachten is aangezien er zich in het daaropvolgende baanvak nog een trein bevindt.



Het inrijsein

Inrijsein-seinbeeld.png

Een inrijsein staat aan het begin van een spoor-emplacement of wissel. Het inrijsein heeft tevens een voorsein die de stand van het volgende hoofdsein aankondigt. Bij een wissel wordt het sein Hp0 (stop) gegeven indien het niet is toegestaan door te rijden. Indien doorrijden wel is toegestaan, is het seinbeeld afhankelijk van de wisselstand. Staat de wissel rechtdoor, wordt het sein Hp1 gegeven. Indien de wissel om staat en de trein dus de bocht van het wissel moet nemen wordt het sein Hp2 gegeven.<br/

  • Hp0 - 1 rode lamp : stoppen
  • Hp1 - 1 groene lamp : doorrijden toegestaan met maximale snelheid
  • Hp2 - 1 groene lamp, 1 gele lamp : Rijden toegestaan met snelheidsbeperking (max. 40 km/h)


Het uitrijsein

Uitrijsein-seinbeeld.png

Het uitrijsein staat bij de uitrijsporen van een stationsgebied. Het sein heeft vaak een rangeersein (Sh) in zich waarmee wordt aangegeven of rangeren is toegestaan.

Het sein kent dan ook meerdere seinbeelden:

  • Hp00 / Sh0 – 2 rode lampen : Stoppen, rangeren niet toegestaan.
  • Hp0 / Sh1 – 1 rode lamp, 2 witte lampen : Stoppen, rangeren toegestaan (max. 20 km/h)
  • Hp1 – 1 groene lamp : doorrijden toegestaan (groen) : Het volgende baanvak is vrij.
  • Hp2 – 1 groene en 1 gele lamp : Rijden toegestaan met snelheidsbeperking (max. 40 km/h)

Verder kunnen er nog drie witte lampen onder het sein aanwezig zijn. Deze geven het ZS1 signaalbeeld aan welke brandt als het uitrijsein buiten werking is. De betekenis van dit ZS1 signaal is "rijden op zicht ".


Voorseinen

Voorsein-seinbeeld.png

Naast hoofdseinen zijn er ook de zgn voorseinen. Voorseinen zijn waarschuwingsseinen die aangeven welke situatie van het volgende hoofdsein is te verwachten. Voorseinen staan in de praktijk zo’n 700 tot 1000 meter voor het hoofdsein. Ook zijn er seinen waarbij het voorsein en het hoofdsein gecombineerd zijn. Hier geeft het voorsein net als bij een los voorsein, de te verwachten situatie weer van het volgende hoofdsein.

Het voorsein kent 3 seinbeelden:

  • Vr0 - 2 oranje lampen: Stop verwachten
  • Vr1 - 2 groene lampen: Rijden verwachten
  • Vr2 - 1 groene en 1 oranje lamp: Langzaam rijden verwachten


Rangeersein

Rangeerseinen.png


Plaatsen lichtseinen bij het station

Lichtseinen-station.png

In Bewerking !
Treinsmurf