Bouwserie Re 6/6

Uit 3rail Wiki
Versie door Has-bls (Overleg | bijdragen) op 13 apr 2015 om 21:26 (Diverse E-locs Serie Re 6/6)

Ga naar: navigatie, zoeken
Re 6/6
Re 620
Re 6/6 11629
Spoorwegmij. SBB Cargo
Bedrijfsnummers

11601-11689
Re 620 001 - 620 089

Fabrikanten SLM/BBC/SAAS
Aantal gebouwd 89 stuks
Bouwjaren 1972, 1975-1980
Asvorm Bo'Bo'Bo'
Lengte over de buffers 19.310 mm
Max.snelheid 140 km/h
Vermogen 7.850 kW bij 100km/h
Dienstgewicht 120 t
Aanvangskracht 267 kN
Stroomsysteem ~ 15.000 volt 16 2/3 Hz
Remmen mechanisch, elektrisch
Uit dienst -

Elektrische locomotief Re 6/6

Begin jaren 1970 tekende het einde van de legendarische serie Ae 6/6 op de Gotthardlijn zich af. De Schweizerische Bundesbahnen (SBB) lieten daarom door de firma’s SLM Winterthur, BBC Baden en SAAS Genève een serie opvolgers ontwikkelen: de serie Re 6/6. De UIC-aanduiding van de serie Re 6/6 is de serie 620, die steeds vaker op de machines te zien is.

De zware omstandigheden op de Gotthard verlangden een locomotief met 6 aangedreven assen. Om de slijtage laag te houden,besloot men voor een locomotief met drie draaistellen, waarbij het middelste draaistel een sterke zijdelingse verschuiving toont. De draaistellen zijn onderling met elastische dwarskoppelingen verbonden, om een optimale loop door bogen te garanderen. De cabines van de Re 6/6 leunen sterk op het design van de Re 4/4 II, evenals de elektrische uitrusting van de transformatoren, waarvan de Re 6/6 er twee bezit. De 19.310 mm lange, 120 t zware en 140 km/h snelle locomotieven hebben een vermogen van 7850 kW.

De Re 6/6 heeft in de loop der tijd meerdere kleurvarianten gekend. 30 locomotieven werden vanaf het jaar 2000 met radio-afstandsregeling uitgerust, deze machines lopen onder de aanduiding Ref 6/6.

Ontwikkeling en Bedrijf

De SBB stelde zware eisen aan de locomotief: Deze moest in staat zijn een trein van 800 ton met een constante snelheid 80 km/h helling op (26 ‰) te vervoeren en een trein van 400 ton met een constante snelheid van 80 km/h helling af (26 ‰) te vervoeren. Verder werden beperkingen vereist aan de dwarskrachten op het spoor in de Gotthard-bogen (radius: 300m) waarbij in deze bogen met 80 km/h gereden moest kunnen worden. De locomotief moest 6 assen hebben.

De constructie van deze nieuw ontwikkelde Re 6/6 werd een locomotief met een vermogen van 10.300 pk (7.600 kW) en kreeg drie twee-assige draaistellen met per as één tractiemotor. Elk draaistel rust door middel van schroefveren (’primaire vering’) op twee wielassen. De vering tussen locomotiefbak en draaistel (secundaire vering) bestaat uit laag aan de bak bevestigde schroefveren (flexicoil-veren) op een dwars geplaatste wiegbalk. De draaistellen hebben geen vast maar een theoretisch draaipunt.

In 1972 werden de eerste 4 prototypen (11601-11604) geleverd aan de SBB. De eerste 2 locomotieven van de serie Re 6/6 kwamen nog met een gedeelde lockast op de baan. Bij de serie aflevering was de lockast 1 geheel. De 4 prototypen weken onderling van elkaar af.


  • 11601 en 11602 kregen een verticaal gedeelde bak met een scharnierverbinding in het midden, die een verticale knikbeweging van de locomotief mogelijk maakt. Deze knikbeweging dient de gelijkmatige belasting van de draaistellen bij het berijden van promillage-overgangen in de baan (verticale ‘knikken’ in het spoor).
  • 11603 kreeg een ongedeelde bak en soepeler secundaire vering (oorspronkelijk: luchtvering) van het middendraaistel
  • 11604 kreeg een ongedeelde bak en elektropneumatisch geregelde asdruk-compensatie tussen midden- en einddraaistellen

Voor de seriebouw werd de constructie van de 11603 gekozen omdat deze het meest simpel en de goedkoopste was. De constructie voldeed voldoende aan de gestelde eisen. De eerste bestelling omvatte 45 machines (11605 - 11649) welke snel gevolgd werden door een 2e bestelling van 40 exemplaren (111650 - 11689).


Bronnen:

Waar zijn deze locomotieven nog te zien?

De 88 nog in dienst staande locomotieven behoren allen tot de SBB Cargo en komen met zware goederentreinen in alle uithoeken van Zwitserland, over de Gotthard, ook wel met een Re 4/4 II of Re 4/4 III in tandemverkeer voor. In het zware personenverkeer waren de locs van de serie Re 6/6 zelfs een alternatief voor een Re 4/4 II dubbeltractie en nadat de moderne serie 460 hoofdzakelijk aan het personenverkeer toegewezen werd, domineren de indrukwekkende Re 6/6en met hun drie draaistellen weer het goederenverkeer op de Gotthard.

Bijzonderheden/Opmerkingen

  • Op 16 Februari 1990 botste locomotief 11638 in het stationsgebied van Saxon tegen een goederentrein.
  • Op 8 Augustus 2011 botste locomotief 11666 in het station van Döttingen op een pendeltrein. De locomotief raakte zwaar beschadigd.

Literatuur

Verwijzingen

Interne

Externe

Diverse E-locs Serie Re 6/6


Bronnen, Referenties en/of Voetnoten

  1. SBB Re6/6 op wikipedia
  2. Märklin boekje bij loc


Modellen

Zwitserland.gif
Märklin H0 modellen bouwserie Re 6/6 / Re 620

Märklin Art.nr. Bouwserie Intro-jr. Besturing Motor Tijdperk Bedr.nr. Bedrijf Kleur Behuizing Bijzonderheden Foto
37320.2 Re 6/6 2010-2011 Digitaal 6090mfx DCM IV 11687 SBB Groen Metaal "Bischofszell", uit Lokset 37320, Geluid: volledig
Märklin 37320-Re-66.jpg
37321 Re 620 2009-2011 Digitaal 6090mfx DCM V 620 058-8 SBB Cargo Blauw/Rood Metaal Geluid: Lokfluit
Märklin 37321-side.jpg
37322 Re 6/6 2011-2012 Digitaal 6090mfx DCM V 11666 SBB Cargo Rood Metaal Geluid: Volledig, stadswapen "Stein am Rhein" -
37323.2 Re 6/6 2011 Digitaal 6090mfx DCM IV 11687 SBB Groen Metaal "Bischofszell", uit Lokset 37323 -
37324 Re 6/6 2012- Digitaal 6090mfx DCM V 11675 SBB Groen Metaal Geluid: volledig
Märklin 37324-side.jpg
37325 Re 6/6 2015 Digitaal mfx+ DCM V 11672 SBB Rood Metaal "Balerna" Geluid: volledig -
37326 Re 620 2018 Digitaal MFX+/DCC DCM VI 620 088-5 SBB Rood/Blauw Metaal Geluid: volledig, loc-wapen "LINTHAL"
Märklin 37326-side.jpg
37327 Re 620 2020 Digitaal MFX+/DCC DC-motor VI 620 011-7 SBB Cargo Rood/Blauw Metaal Geluid: volledig, loc-wapen "Rüti ZH" -

Zwitserland.gif
Grootspoor rijdend materieel Zwitserland
Stoomlocomotieven: A 2/4 - A 3/5 - B 2/3 - B 3/4 - C 3/3C 5/6 - Eb 3/5 - Ec 3/5 (BLS) - E 3/3CZm 1/2
Diesellocomotieven: Am 4/4 - Am 4/4 (V200) - Am 4/6 - Am 6/6 - Bm 4/4 - Bm 4/4 II - Bm 6/6 - Em 3/3 - Am 840 - Am 841 - Am 842 - Am 843 - Am 845
Elektrische locomotieven: Ae 3/5 - Ae 3/6 I - Ae 3/6 II - Ae 3/6 III - Ae 4/4 (BLS) - Ae 4/6 - Ae 4/6 III - Ae 4/7 - Ae 4/8 - Ae 6/6 – Ae610 - Ae 6/8 (BLS) - Ae 8/8 (BLS) - Ae 8/14 - Be 2/5 - Be 3/5 - Be 4/4 - Be 4/6 - Be 4/7 - Be 6/8 - Ce 4/4 (BLS) - Ce 4/6 (BLS) - Ce 6/6 - Ce 6/8 I - Ce 6/8 II - Ce 6/8 III - De 4/4De 6/6Ee 3/3 - Ee 6/6 - Eem 923 - Ge 4/4 - Re 4/4 - Re 425 (BLS) - Re 4/4 I - Re 4/4 II – Re 420 - Re 4/4 III – Re 430 - Re 4/4 IV - Re 446(SOB) - Re 4/4 V – Re 450 - Re 456 - Re 460 - Re 465 - Re 474 - Re 481 - Re 482 - Re 484 - Re 485 (BLS) - Re 486 (BLS) - Re 6/6 – Re 620 - HGe 4/4 II
Treinstellen (Diesel): RCm 2/4 - BDm 2/4 - CFm 2/4 - Dm 2/4 - RAm TEE - RAm 501 - RAm 502
Treinstellen (Elektr): ABe 4/16 - BDe 4/4 - BDe 4/4II - Ce 2/4 - Ce 4/4 - Ce 4/6 - CLe 2/4 (rode pijl) - RABDe 500 - RABDe 502 - RABDe 8/16 - RABe EC - RABe 511 - RABe 514 - RABe 515 (BLS) - RABe 520 - RABe 521 - RABe 522 - RABe 523 - RABe 524 - RABe 525 (BLS) - RABe 526 (BLS) - RABe 526.6 - RABe 526.7 - RABe 535 (BLS) - RAe TEE II - RBDe 560 - RBDe 566 - RBDe 4/4 - RBe 4/4 - RBe 540