Elektrische locomotieven - SNCF-serie BB-300

Uit 3rail Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
width="16"
Boek: Elektrische locomotieven - SNCF-serie BB-300
  • Titel: Elektrische locomotieven - SNCF-serie BB-300
  • Ondertitel: Stamboom van de NS-locomotieven serie 1100
  • Schrijver: drs. W.H. van den Dool sr
  • Uitgever: Uquilair BV
  • ISBN-10: ISBN 9071513505
  • ISBN-13: ISBN 9789071513503
  • Bladzijden: 96
  • Bindwijze: Gebonden
  • Leverbaar: Ja
  • Taal: Nederlands

Recensie

De schrijver begint zijn voorwoord met: “Om inzicht te krijgen in de kenmerken en eigenschappen van de NS-locomotieven serie 1100 is het zinvol eerst studie te maken van de stamboom en historische ontwikkelingen van dit locomotieftype in Frankrijk.” Aan het einde schrijft hij: “Na deze studie zal de NS-locomotief serie1100 in beeld komen.” Uit de serie BB-300 werd de serie BB-8100 ontwikkeld en die is op zijn beurt de directe voorganger van de NS-serie 1100. Op deze manier wordt het karakter en de eigenschappen van de grote 1100-familie belicht. Deze locserie wordt beschreven in een ander boek dat (op het moment van schrijven) al is aangekondigd. In 1949 bestelde de NS 50 E-loc’s, de serie 1100. Omdat de NS snel ervaring op wil doen met elektrische tractie wil zij een aantal locomotieven van de serie BB-8100 huren van de SNCF. Maar deze heeft de dan beschikbare loc’s zelf hard nodig voor proeven. Bovendien is de start van de seriebouw vertraagd. De Franse spoorwegen stellen daarom de BB-300 in bruikleen beschikbaar. De NS maakt hier dankbaar gebruik van. In de periode 10 mei 1949 t/m 11 september 1951 deden steeds 6 locomotieven BB-300 in Nederland dienst. Als een loc voor groot onderhoud naar Frankrijk terug moest, kwam er een andere BB-300 hiervoor in de plaats naar Nederland. Ze verkeerden in niet al te beste staat; ze dateerden uit de jaren ’30 en hadden net de 2e Wereldoorlog achter de rug. In totaal hebben 11 verschillende loc’s in Nederland gereden. Alleen de ‘322’ reed 2 periodes bij de NS. In het eerste jaar staan ze hoofdzakelijk voor reizigerstreinen, voornamelijk stoptreinen. Als vanaf 1950 de 1100’en binnenstromen wordt het werkterrein van de BB-300 meer en meer verlegd naar goederentreinen. Dat was het werk waarvoor ze eigenlijk ontworpen waren en dat ze “thuis” ook voornamelijk deden. Daar waren ze, gezien hun topsnelheid, ook geschikter voor. Toch rijden de machines gemiddeld zo’n 165.000 km per jaar per loc in Nederland. Op 11 september 1951 gaat de ‘322’ als laatste weer terug naar Frankrijk. De NS heeft nu voldoende 1100’en in huis en is een schat aan ervaring rijker voor wat betreft elektrische tractie.

In het boek uiteraard een technische beschrijving van het mechanische en elektrische deel van de series BB-300 en BB-8100, de prestaties, hoe de cabine is ingedeeld, hoe de loc bediend werd en waar de apparatuur stond opgesteld, enz. Voor wat betreft de BB-300 wordt beschreven welke loc’s in Nederland hebben gereden, hoe en waar ze ingezet zijn en hoe ze zich hielden in de verschillende diensten. Ook is er een tabel met data van aankomst in Nederland en data van terugkeer naar Frankrijk.

In Frankrijk reed de serie BB-300 nog tot ver in de jaren ’90 bij de SNCF (Societé Nationale de Chemins de Fer) voor goederentreinen of rangeerritten bij de grotere stations. Ze zijn inmiddels al verbouwd en lijken dan meer op de BB-8100 of de NS-1100.

Achter in dit boek staan als toegift nog een paar kleurenfoto’s van de modellen van de BB-300 en BB-8100 die Roco heeft uitgebracht.