De Bm 6/6 is een diesellocomotief van de Schweizerische Bundesbahnen (SBB) welke gebouwd is voor het rangeren en voor het trekken van hulp- en onderhoudstreinen.
Ontwikkeling en Bedrijf
De SBB was op zoek naar een locomotief voor het rangeren en tevens voor het vervoer van hulp- en onderhoudstreinen welke zonder bovenleiding konden rijden en welke de tot dan toe toegepaste stoomlocomotieven moesten gaan vervangen. Men besloot daarvoor diesel- en elektrische rangeerlocomotieven aan te schaffen, als vervanging van de stoomlocomotieven van de bouwserie Bouwserie E 3/3, Bouwserie E 4/4 en Bouwserie C 5/6. Een inventarisatie van de te vervangen stoomlocomotieven werd gemaakt.
De SBB stelde vervolgens de specificaties op voor de bouwserie Bm 6/6, een diesel-electrische locomotief voor de middelzware tot zware rangeerdiensten welke de stoomlocomotieven van de bouwserie C 5/6 moesten gaan vervangen. Deze konden worden ingezet op de niet geëlectrificeerde hoofdlijnen en tevens ingezet worden voor hulp- en onderhoudstreinen.
De opdracht voor de bouw van de Bm 6/6 werd verstrekt aan de BBC welke in 1954 vier prototypes afleverde met de bedrijfsnummers 1501 t/m 1504, welke later omgenummerd werden naar 18501 t/m 18504. De locomotieven kregen 2 low-speed Sulzer scheepsdieselmotoren waarvan elke motor een generator aandreef. Tevens werden de 6 DC tractiemotoren van energie voorzien. De Bm 6/6 kregen een brandstoftank met een inhoud van 3000 liter welke zich onder de cabine bevindt. De locomotieven werden niet voorzien van een treinverwarmingssysteem.
Het mechanische deel van de Bm 6/6 werd gebouwd door SLM, de dieselmotoren door Sulzer. Het elektrische deel werd gebouwd door BBC en SAAS.Na het afleveren van de 4 prototypes in 1954 en 1955 werd opdracht verstrekt om nog 10 locomotieven van deze bouwserie te bouwen. Deze werden in de periode 1960 t/m 1961 geleverd en kregen de bedrijfsnummers 18506 t/m 18515. Deze serie kreeg een uitlaatdemper op het dak en een gesloten reling op het rangeerbordes.
Verdere bestellingen bleven uit, aangezien de SBB besloot om voor betreffende doeleinden locomotieven van de Bouwserie Bm 4/4 in te zetten.
Oorspronkelijk waren de locomotieven oxide-rood geschilderd. Vanaf 1984 kregen de locomotieven een vuurrode kleur met het huidige SBB-logo. Vanaf 1999 werden de locomotieven geleidelijk buiten dienst gesteld en gesloopt. Eind 2007 waren de locomotieven 18505, 18511 en 18513 nog bij de SBB in bedrijf als locs voor brandbestrijdings- en reddings treinen.