De Deutsche Bundesbahn gaf eind jaren 50 opdracht voor de bouw van een dieselhydraulische locomotief voor vervanging van de stoomlocomotieven op de niet geëlektrificeerde zijlijnen.
Dit resulteerde in de bouw van de Bouwserie V 100. Deze is er in 3 verschillende uitvoeringen geproduceerd:
V 100 10 / 211
V 100 20/ 212 en 213
Bouwserie 214/714
Ontwikkeling en Bedrijf
De V 100 is een locomotief met 2 draaistellen met ieder 2 aangedreven assen, heeft een 12-cilinder motor. De motor van de eerste series werd zowel door MAN, Mercedes-Benz als Maybach gebouwd.
De 211 is de lichtere uitvoering van de V 100 serie. Deze locomotief is qua uiterlijk identiek aan de latere 212 en 213 maar was ontwikkeld voor inzet op de niet geëlektrificeerde zijlijnen. In totaal zijn er 364 stuks van de 211 gebouwd.
In 2001 werd de laatste locomotief van de 211 bij de DB AG buiten dienst gesteld.
DB Baureihe 212, 213 Baureihe V 10020
V100 / BR212, BR213
Spoorwegmij's
DB
Bedrijfsnummers
V 100 2001–2381 212 001–331 212 342–381 213 332–341
Fabrikanten
MaK
Aantal gebouwd
381 stuks
Bouwjaren
1962-1965
Asvorm
B’B’
Lengte over de buffers
12.100 mm 12.300 mm vanaf loc 212 022
Max.snelheid
100 km/h
Dienstgewicht
63 t
Vermogen
993 kW
Aanvangskracht
177 kN
Bouwwijze motor
12-Cylinder Diesel van Daimler-Benz MB 835 Ab 12-Cylinder Diesel van MAN 6 V 18/21
Overdracht vermogen
Hydraulisch
Tankinhoud brandstof
2200 liter
Remmen
Druklucht (Knorr KE-GPmZ)
Uit dienst
2004
Diesel locomotief Baureihe V 100 20/212 en 213
De 212 is de opvolger van de V 10010 /211. De 212 is in tegenstelling tot de lichtere 211 ook bestemd voor inzet op hoofdtrajecten en steile trajecten, (naast inzet op de zijlijnen).
Ontwikkeling en Bedrijf
Uiterlijk zijn er geen verschillen te zien bij de BR 212 en 213 t.o.v. de BR 211. Het onderscheidt bevindt zich voornamelijk in veranderde techniek. De grootste wijziging betreft de aanwezigheid van een grotere dieselmotor met een hoger vermogen van 1350 PK.
Verder is ook het elektrische deel aangepast
Van de laatste serie van 150 locomotieven van de BR 212 werden er 10 aangepast met krachtiger remmen en een aandrijving voor steile trajecten. Deze 10 locomotieven werden als Baureihe 213 bestempeld. Het betreft hier de locomotieven V100 2332 – 2341.
In 2005 werd bij de DB de laatste locomotief van de baureihe 212/213 buiten dienst gesteld.
Een aantal van de locomotieven werd gemoderniseerd door de werkplaats Cottbus en werd weer in dienst gesteld bij diverse privé ondernemingen.
In 2004 werd de laatste locomotief van de Baureihe 212 bij de DB AG buiten dienst gesteld.