Loc.Decoder algemeen

Uit 3rail Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Locdecoder algemeen

Locdecoder

Een locdecoder is een stuk elektronica, gebouwd rondom een microcontroller, en is het hart van een digitale lok. Bij een analoge locomotief wordt de spanning vanaf de rails direct naar de motor en verlichting geleid. Bij een digitale modelbaan wordt de spanning naar de locdecoder geleid die op zijn beurt de motor, verlichting en of andere functies aanstuurt. Een locdecoder ontvangt via de rails commando’s van het digitale systeem.

De commando’s worden volgens een protocol verstuurd. De meest bekende protocollen zijn DCC, Motorola I (oud) en II (nieuw) en MFX. De laatste twee protocollen worden bij het 3-rail systeem wel het meest gebruikt, alhoewel ook daar DCC steeds meer gebruikt wordt.

Naast locdecoders die alleen geschikt zijn voor het Motorola of DCC zijn er ook decoders die meerdere protocollen spreken, de zogeheten multiprotocol decoder. Verder zijn er nog verschillen in het aantal adressen b.v. 80, 127 of 255. Het aantal rijstappen b.v. 14, 27, 28 of 128 en aantal functies. Heeft men een centrale die meerdere protocollen spreekt is het mogelijk om deze door elkaar te gebruiken.


Rijeigenschappen

De primaire taak van een decoder is het laten rijden van een locomotief, vooruit of achteruit, snel of langzaam. De snelheid tussen 0 en maximaal kan worden ingesteld door middel van het aantal rijstappen. Het aantal rijstappen staat niet in relatie tot de daadwerkelijke snelheid van de locomotief. Zelfs bij twee dezelfde locomotieven en bij dezelfde rijstap kunnen ze een verschillende snelheid hebben. De verschillen worden o.a. veroorzaakt door de constructie van de motor, slijtage, smering enz.


Lastregeling

Moderne locdecoders zijn tegenwoordig uitgerust met een zogeheten lastregeling. Bij dit soort decoders wordt gecontroleerd of de lok met constante snelheid blijft rijden. Rijdt een locomotief bergopwaarts dan deze langzamer gaan rijden omdat voor het klimmen de motor meer vermogen nodig heeft. Bergafwaarts daarentegen zal een locomotief sneller willen gaan rijden. De decoder meet dit en regelt het vermogen zodanig dat de locomotief (binnen zekere grenzen) met dezelfde snelheid blijft rijden.


Optrekken/afremmen

Locdecoders kunnen ook voorzien zijn van een functie om de locomotief langzaam op te laten trekken of te laten afremmen. De locomotief zal geleidelijk zijn snelheid verhogen bij het verhogen van de snelheid (rijstappen) of bij verlagen van de snelheid geleidelijk afremmen. Bij computerbesturing is het verstandig om deze functie op minimaal te zetten omdat de computer deze functie overneemt.


Extra functies

Locdecoders bieden naast de lichtfunctie F0 gewoonlijk nog een aantal extra functies. Veelal zijn dat de functies F1 t/m F4. Afhankelijk van het merk/type decoder zijn dat er meer of minder. Met deze extra functies is het mogelijk om b.v. een rookgenerator, ontkoppelaar, binnenverlichting, sluitverlichting of een geluidsmodule te bedienen.

Naast lokdecoders met een aparte geluidsmodule zijn er ook decoders met een geluidsmodule op één print geïntegreerd. Deze decoders staan ook wel bekend onder de naam loksound decoder.


Instelmogelijkheden

Tegenwoordig beschikken de decoders over vele instelmogelijkheden voor zowel loc-adres, de motor-eigenschappen als extra functies. Deze instelmogelijkheden staan bekend bij Márklin als REG (register) of CV (Configuratie Variabelen). Voor de instelmogelijkheden wordt verwezen naar de handleiding van betreffende decoder.


Decoderleveranciers


zijn o.a.