Märklin Motoren met Rollagers

Uit 3rail Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Märklin Motoren uitrusten met Kogellagers

Waarom Kogellagers inbouwen

Kogellagers inbouwen

Märklin motoren hebben glijlagers, deze moeten met olie gesmeerd worden. Ben je rijkelijk met olie dat het je het gevolg dat de koolborstels vlug vet worden met alle nare gevolgen van dien. Smeer je spaarzaam één druppeltje dan is het probleem met vette koolborstels zeer klein maar je moet vaker smeren. Kogellagers zijn voor het leven gesmeerd dus rotzooien met olie nabij de koolborstels is niet nodig.

Conrad heeft de juiste kogellagers (goede afmetingen).


Hoe Kogellagers in te bouwen

U zorgt dat er voldoende ruimte is (aan beide kanten) door bijvoorbeeld assen en tandwielen te verwijderen. Wanneer u het gietwerk opspant doe dit dan met gevoel want het kan snel breken. Voordat je begint met frezen, is het handig om even het gietstuk uit te klokken. Hiermee wordt bedoelt, dat je dmv een meetklokje het midden van het lagergat opzoekt, en deze vastzet in je machine. (zodat je straks met het opboren van het gat, exact in het midden van het gat zit)

Kogellagers bij Trommel Collector Motoren (DCM)

Van een blokje aluminium kan men blokje maken waarop je het schildje kan opspannen. Centeren gebeurt op paspennetjes, dezelfde gaatjes gebruikt Märklin ook op het motortje. Het grote gat van 10mm is het nulpunt. Hier wordt een gaatje geboord door een 3-snijder freesje van 3.8mm. Daar achteraan komt een ruimer van 3.98mm. Bij het schildje van kunststof krimp het iets. Omdat je het uiteindelijke gaatje bewerkt met ruimer 3.98mm wordt 3.96mm precies goed om het lagertje met buitenring van 3.99 mm er in te persen.


Kogellagers bij Schijf Collector Motoren (LFCM en SFCM)

Hier wordt eerst het oliepotje weggefreesd, tot op het vlak van het gietstuk. Let op, dat je de verdikking van het eerste tandwielgat wel laat staan!!! dus niet de hele nok verwijderen. (zie afbeelding 1 en 2). Daarna boor ik het gat op naar 6.7mm doorsnede, en ruim deze naar 7mm. (met een ruimer zorg je ervoor, dat het gat zeer nauwkeurig aan de maat wordt). (zie afbeelding 3) Vervolgens draai ik een busje met flens. Het gat in deze bus maak ik 4,97mm (ook met een ruimer). De buitenmaat is 6,97mm, zodat ik deze strak in het eerder geruimde gat van 7mm kan drukken. In het binnengat druk ik vervolgens het lager. De flens van dit busje is 10mm doorsnede. Tussen bus en gietstuk doe ik altijd wat loctite, zodat het allemaal nooit los kan lopen. (zie afbeelding 4). Tijdens het drogen van de loctite, laat ik het inperstooltje voor het lager, erbovenop rusten. (zie afbeelding 5).

Kogellagers bij C-Sinus motoren (1e generatie)

Zo ziet een gedemonteerde C-Sinusmotor er uit. De ‘’fietsbel’’ is losgetikt van het asje. Dat koste toch nog wel wat moeite. Een stevige ondergrond is nodig. In tegenstelling tot de andere motoren heeft de Sinusmotor inwendig een bronzen glijlagertje. In het draaistel is het asje wel in kunststof gelagerd. (zie afbeelding 1).
Vervolgens wordt het bronzen glijlagertje er uit getikt (zie afbeelding 2).
En dan het kogellagertje gemonteerd. (zie afbeelding 3).

Inpers tool

Hier een voorbeeld van een inperstool welke gebruikt wordt om de kogellagers aan te brengen.

Conclusie

Bij de orginele glijlagering is de invloed van bedrijftemperatuur goed waar te nemen. Koude lagers hebben dus meer wrijving, zijn de lagers op bedrijftemperatuur gekomen dat gaat het soepeler, neemt de wrijving wat af en neemt de snelheid van de lok toe. Bij toepassen van kogellagers is de bedrijftemperatuur niet meer van invloed op het rijgedrag. De lok kent van het begin af één zelfde snelheid. Dit alles is bij een analoge baan. Bij digitaal met lastregeling zijn deze verschillen niet waar te nemen omdat de elektronica de wrijving invloeden compenseert.

Controle na een half jaar gebruik

Bij demontage trof ik de motor inwendig zo aan. Ziet er schoon uit. Er is hier niets schoongemaakt.(Zie afbeelding 1)
In het motor schildje zijn korreltjes te zien. Dat is droog slijpsel afkomstig van de koolborsteltjes. Het stof is er zo uit te blazen of met een kwasje weg te vegen. (zie afbeelding 2)
Het ankertje. De lamellen van de collector zijn mooi schoon en in de spleet tussen de lamellen zit geen troep. Geen vette bende dus na anderhalf jaar intensief rijden. (zie afbeelding 3)
Ook de kooltjes zien er goed uit. Niet verzadigd door olie en geen vette bende. (zie afbeelding 4)