Multimeter

Uit 3rail Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De Multimeter

Multimeter

Wie kent het niet, een lampje brandt niet of er staat geen spanning op dat ene spoor. Staat een schakelaar verkeerd of ligt het aan de trafo? In zo'n geval is het handig een multimeter bij de hand te hebben en alles eens te kunnen nameten. Want stroom kun je niet zien, dus meten is weten geldt vooral in de elektrotechniek.

Doel

Zoals je hierboven al staat dient een multimeter (de naam zegt het al) om verschillende elektrische grootheden te meten. De meeste multimeters beschikken over het meten van weerstand, spanning en stroom.

Aansluitingen

De foto toont een digitale multimeter en de aansluitingen zijn hier op zichtbaar. Je eigen meter kan er veel anders uit zien, maar de aansluitingen en instellingen zijn tamelijk universeel.

We zien dat er vier aansluitpunten zijn:

  • 20A Hierin moet het rode meetsnoer als je hele grote stromen wilt meten tussen de 2 en 20 Ampere. De bescherming van deze ingang is in de regel minder goed, waardoor je de kans loopt om je meter te vernielen.
  • mA Hierin moet het rode meetsnoer voor het meten van stroom. De ingang loopt tot 2 Ampere, is er toch een grotere stroom, dan vliegt de zekering er uit en moet je de meter open maken en de zekering vervangen.
  • COM Hierop sluit je het zwarte meetsnoer aan. Dit wordt door de meter als de min (ook wel nul of referentie ingang genoemd) gezien.
  • V Ω Dit is de ingang voor het rode meetsnoer voor als je een spanning of een weerstand wilt meten.

Bereiken

Bij multimeters praten we vaak over „bereik”. Dit is de maximale waarde die de meter aan kan geven op het display. Zo zijn er bereiken in de digitale meters van 0,2 2 20 200. Je vraagt je misschien af waarom alle bereiken een factor 2 en 10 zijn. Dat komt omdat men het display van de digitale multimeters zo heeft uitgevoerd, dat het hoogste cijfer een 1 of niks is. Hierdoor kunnen alleen getallen aangegeven worden van _33,3 of _725 of 1,456. De komma kan verschuiven.

kiezen van bereik en nauwkeurigheid:
Het omschakelen van bereiken wordt gedaan om de nauwkeurigheid goed genoeg te maken. Een voorbeeld: stel je hebt een trafo op 3 Volt uitgang ingesteld. Wil je dit gaan meten in het bereik van 200 Volt, dan is de afwijking bijv. 2% van 200 Volt = 4 Volt. De meter geeft dan iets aan tussen de 0 en 7 Volt terwijl je iets van _3,00 verwacht. Zet je het bereik op 20 Volt, dan heb je een nauwkeurigheid van 2% van 20 Volt = 0,4V. De meter geeft dan iets aan tussen de 2,60 en 3,40 Volt. Met de laatste situatie kunnen we leven. De aanwijzing is natuurlijk beter als je een nauwkeuriger meter hebt (bijv. 1%). Kies dus altijd het laagst mogelijke bereik waarin de verwachte meetwaarde valt. Kies je een te laag bereik, dan geeft de meter meestal iets van -1 aan.

Gebruik

Gelijkspanning meten:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand V =
  • kies het juiste bereik (m.a.w. de maximumspanning die je verwacht).Ga je 16V meten, zet de multimeter dan op de eerstvolgende grotere waarde.
  • verbind de meetsnoeren met de juiste klemmen: zwart aan COM, rood aan de klem met V erboven
  • houd de meetsnoeren aan de leidingen/aansluitingen/…
  • lees de waarde van het display af.


Wisselspanning meten:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand V ~
  • kies het juiste bereik (m.a.w. de maximumspanning die je verwacht).Ga je 16V meten, zet de multimeter dan op de eerstvolgende grotere waarde.
  • verbind de meetsnoeren met de juiste klemmen: zwart aan COM, rood aan de klem met V erboven
  • houd de meetsnoeren aan de leidingen/aansluitingen/…
  • lees de waarde van het display af.


Gelijkstroom meten:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand A =
  • kies het juiste bereik (m.a.w. de maximumstroom die je verwacht).Ga je 2A meten, zet de multimeter dan op de eerstvolgende grotere waarde.
  • verbind de meetsnoeren met de juiste klemmen: zwart aan COM, rood aan: mA voor kleine metingen, A voor grote metingen
  • houd de meetsnoeren aan de leidingen/aansluitingen/…
  • lees de waarde van het display af


Opgelet: respecteer de maximumwaarden die de multimeter aankan. Doe je dit niet, kan de zekering springen of in het ergste geval de multimeter beschadigd raken!

Wisselstroom meten:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand A ~
  • kies het juiste bereik (m.a.w. de maximumstroom die je verwacht).Ga je 2A meten, zet de multimeter dan op de eerstvolgende grotere waarde.
  • verbind de meetsnoeren met de juiste klemmen: zwart aan COM, rood aan: mA voor kleine metingen, A voor grote metingen
  • houd de meetsnoeren aan de leidingen/aansluitingen/…
  • lees de waarde van het display af


Opgelet: respecteer de maximumwaarden die de multimeter aankan. Doe je dit niet, kan de zekering springen of in het ergste geval de multimeter beschadigd geraken!

Weerstand meten:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand Ω
  • kies het juiste bereik (m.a.w. de maximumweerstand die je verwacht).Ga je 1KΩ meten, zet de multimeter dan op de eerstvolgende grotere waarde.
  • verbind de meetsnoeren met de juiste klemmen: zwart aan COM, rood aan de klem met Ω erboven
  • houd de meetsnoeren aan de leidingen/aansluitingen/…
  • lees de waarde van het display af.

Extra functies

Sommige multimeters bieden extra functies:

Frequentie meten:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand (k)Hz
  • kies het juiste bereik (m.a.w. de maximumwaarde die je verwacht).Ga je 50Hz meten, zet de multimeter dan op de eerstvolgende grotere waarde.
  • verbind de meetsnoeren met de juiste klemmen: zwart aan COM, rood aan de klem met (k)Hz erboven
  • houd de meetsnoeren aan de leidingen/aansluitingen/…
  • lees de waarde van het display af


Het frequentiebereik verschilt van meter tot meter: sommigen meten van bv. 4kHz tot 4000kHz, anderen van 1Hz tot 100khz.

Capaciteit meten:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand F
  • kies het juiste bereik (m.a.w. de maximumwaarde die je verwacht).Ga je 10nF meten, zet de multimeter dan op de eerstvolgende grotere waarde.
  • verbind de condensator aan de juiste klemmen, die meestal apart zijn. Deze klemmen worden vaak aangeduid met Cx
  • lees de waarde van het display af


Ook voor capaciteit verschilt het bereik van meter tot meter

Diodetest:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand ⇒|
  • verbind de meetsnoeren aan de juiste klemmen: zwart aan COM, rood aan ⇒|
  • houd de meetsnoeren aan de diode
  • lees de doorlaatspanning van het display af


Als er niets op het dispay komt, hou je misschien de draden verkeerd om, of is de diode defect Schakel de spanning op de te meten diode uit, voor je de multimeter aansluit!

Diodetest 2:

  • schakel de multimeter in
  • zet de draaischakelaar op de stand .)))
  • verbind de meetsnoeren aan de juiste klemmen: zwart aan COM, rood aan .)))
  • houd de meetsnoeren aan de de draden/aansluitingen/…
  • als er verbinding is tussen de 2 meetsnoeren, biept de multimeter

Hoe aan te sluiten?

Multimeter aansluitschema

Hiernaast vindt je een schema dat aanduidt hoe je de multimeter aansluit op een schakeling.

Problemen bij metingen

Deze tips kunnen helpen bij het oplossen van problemen:

  • is alles goed aangesloten?
  • staat de spanning op de te meten schakeling aan of uit?
  • Is de batterij van de multimeter in orde?
  • is de zekering van de multimeter in orde?
  • Zijn de meetsnoeren juist aangesloten?
  • Staat de multimeter in de juiste stand?
  • Is het meetbereik goed ingesteld?
  • hou je de meetsnoeren aan de juiste component? op de juiste manier?

Multimeter kiezen

Voor de modelbouwer zijn de volgende dingen belangrijk om te kunnen meten:

  • Gelijkspanning
  • Wisselspanning
  • Gelijkstroom
  • wisselstroom
  • continuiteitstest

Meestal maakt de precisie niet zoveel uit bij modelbouw. Je vindt multimeters met deze functies tussen 10 en 30 euro.