De locomotieven van de bouwserie HLE 13 zijn afgeleid van de Franse Astride ([[Bouwserie SNCF 36000]]). Er werden door de NMBS 60 locomotieven besteld bij Alstom als Bouwserie HLE 11 en 20 door de Luxemburgse CFL als bouwserie CFL 3000. De loc's van de NMBS kregen de bedrijfsnummers 1301 t/m 1360. De locomotieven werden als 2 systeemloc's afgeleverd, zodat de locomotieven zowel op de Belgische als op de Luxemburgse sporen konden rijden. De bouwserie HLE 13 heeft een maximumsnelheid van 200 km/h en is geschikt voor zowel de Belgische bovenleiding met een gelijkspanning van 3000 V, als op 25 kV wisselspanning bovenleidin. Ook kan de locomotief op het Nederlandse spoorwegennet van 1500 Volt gelijkspanningsbovenleiding rijden, zij het met minder vermogen. In 1997 werden de eerste locomotieven van deze bouwserie afgeleverd. De locomotieven kennden aanvankelijk veel problemen, waardoor ze regelmatig uitvielen. Ook waren er problemen met de beveiliging en het telecommunicatiesysteem op de Luxemburgse trajecten. De locomotieven zijn dan ook meerdere keren voor aanpassingen terug naar de fabriek geweest.
De locomotieven van de bouwserie HLE 13 zijn afgeleid van de Franse Astride ([[Bouwserie SNCF 36000]]). Er werden door de NMBS 60 locomotieven besteld bij Alstom als Bouwserie HLE 11 en 20 door de Luxemburgse CFL als bouwserie CFL 3000. De loc's van de NMBS kregen de bedrijfsnummers 1301 t/m 1360. De locomotieven werden als 2 systeemloc's afgeleverd, zodat de locomotieven zowel op de Belgische als op de Luxemburgse sporen konden rijden. De bouwserie HLE 13 heeft een maximumsnelheid van 200 km/h en is geschikt voor zowel de Belgische bovenleiding met een gelijkspanning van 3000 V, als op de 25 kV wisselspanning bovenleiding. Ook kan de locomotief op het Nederlandse spoorwegennet van 1500 Volt gelijkspanningsbovenleiding rijden, zij het met minder vermogen. In 1997 werden de eerste locomotieven van deze bouwserie afgeleverd. De locomotieven kenden aanvankelijk veel problemen, waardoor ze regelmatig uitvielen. Ook waren er problemen met de beveiliging en het telecommunicatiesysteem op de Luxemburgse trajecten. De locomotieven zijn dan ook meerdere keren voor aanpassingen terug naar de fabriek geweest.
De locomotieven van de bouwserie HLE 13 / Reeks 13, zijn elektrische locomotieven die sinds 1997 worden ingezet door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS). De door Alstom gebouwde locomotieven zijn nagenoeg identiek aan de Luxemburgse locomotieven van de Bouwserie CFL 3000.
Ontwikkeling en bedrijf
De locomotieven van de bouwserie HLE 13 zijn afgeleid van de Franse Astride (Bouwserie SNCF 36000). Er werden door de NMBS 60 locomotieven besteld bij Alstom als Bouwserie HLE 11 en 20 door de Luxemburgse CFL als bouwserie CFL 3000. De loc's van de NMBS kregen de bedrijfsnummers 1301 t/m 1360. De locomotieven werden als 2 systeemloc's afgeleverd, zodat de locomotieven zowel op de Belgische als op de Luxemburgse sporen konden rijden. De bouwserie HLE 13 heeft een maximumsnelheid van 200 km/h en is geschikt voor zowel de Belgische bovenleiding met een gelijkspanning van 3000 V, als op de 25 kV wisselspanning bovenleiding. Ook kan de locomotief op het Nederlandse spoorwegennet van 1500 Volt gelijkspanningsbovenleiding rijden, zij het met minder vermogen. In 1997 werden de eerste locomotieven van deze bouwserie afgeleverd. De locomotieven kenden aanvankelijk veel problemen, waardoor ze regelmatig uitvielen. Ook waren er problemen met de beveiliging en het telecommunicatiesysteem op de Luxemburgse trajecten. De locomotieven zijn dan ook meerdere keren voor aanpassingen terug naar de fabriek geweest.
Waar zijn deze locomotieven nog te zien?
Op dit moment doen deze locomotieven vooral dienst als goederenloc naar Frankrijk, hierbij rijden ze in een pool met de zowel Luxemburgse als Franse locs. Een andere taak voor deze locomotieven waren de IC-treinen tussen Eupen en Oostende en de Intercity's tussen Brussel en Maastricht.