De locomotieven van de bouwserie HLE 16 / Reeks 16 zijn elektrische locomotieven die sinds 1966 worden ingezet door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS). De locomotieven werden tot 2010 ingezet in het internationale verkeer, voornamelijk tussen Oostende en Keulen.
Ontwikkeling en bedrijf
De locomotieven van de bouwserie HLE 16 werden in 2 deelseries gebouwd door B&N uit Nivelles en ACEC uit Charlerois waarbij B&N het mechanische deel en de behuizing bouwde en het elektrische deel en motor door ACEC werden gebouwd. De locomotieven werden als Type 160 in 2 deelseries geleverd en kregen de bedrijfsnummers 160.001 t/m 160.004 (eerste serie) en 160.021 t/m 160.024 (2e serie). In 1971 werden beide deelseries heringedeeld als HLE 16 / reeks 16 en hernummerd met de nummers 1601 t/m 1608. De locomotieven van de Reeks 16 zijn meersysteem locomotieven welke geschikt waren om zowel op de Belgische, Duitse, Zwitserse, Franse als Nederlandse bovenleiding te rijden. De locomotieven werden voornamelijk ingezet voor het internationale verkeer tussen Oostende en Keulen. Sporadisch werden de locomotieven ook ingezet tussen Brussel en Parijs en van Brussel naar Luxemburg. In 1974 zijn de locomotieven ook korte tijd ingezet als vakantietrein 'Freccia del Sole' naar het Zwitserse Spiez. Hiervoor werden de locomotieven uitgerust met een vierde stroomafnemer.
Vanaf 2002 mogen de locomotieven van de bouwserie HLE 16 / Reeks 16 wegens een verouderde Indusi-installatie niet meer in Duitsland rijden.
In 2009 werden de laatste locomotieven van de Reeks 16 aan de kant gezet, omdat er voldoende ander materieel beschikbaar was. De locomotieven werden in 2010 definitief buiten dienst gesteld. Twee locomotieven (1602 en 1608) zijn bewaard gebleven. De overige locomotieven zijn gesloopt.
Kleurstellingen
Vanaf de fabriek werden de HLE 11 / Reeks 11 locomotieven afgeleverd in een lichtblauwe kleur.
In de '70 er jaren werden de locomotieven geel geschilderd. Later kregen ze weer een blauwe kleur.