De locomotieven van de bouwserie 82 waren 2-cilinder stoomlocomotieven van de Deutsche Bundesbahn (DB), die gebruikt werden voor het rangeerwerk en goederentransport.
Ontwikkeling en Bedrijf
In 1939 begon men met het plannen van de aanschaf van nieuwe locomotieven die de Länderbahn locomotieven moesten gaan vervangen.
Na de 2e wereldoorlog werden de plannen weer actueel en besloot men om o.a. de bouwserie 82 te laten bouwen. In 1950 en 1951 werden de eerste locomotieven van deze bouwserie 82, welke door Krupp en Henschel waren gebouwd, afgeleverd aan de DB. Het betrof 37 stuks welke de bedrijfsnummers 82 001 t/m 82 037 kregen. In 1955 werden nog 4 locomotieven welke gebouwd waren door de lokomotiv fabrik Esslingen, geleverd. Deze kregen de bedrijfsnummers 82 038 t/m 82 041.
De locomotieven waren in staat om een trein van 800 ton te trekken met een topsnelheid van 70 km / h. Op een helling met een stijgingspercentage van 10 promille behaalden ze met een getrokken lading van 400 ton nog een topsnelheid van 40 km/h.
De locomotieven werden ingezet voor het rangeren in Bremen en Hamm, evenals bij de havens van Emden en Hamburg. Als goederentreinen werden ze o.a. ingezet op de steile trajecten van het Westerwalds en in het Zwarte Woud op de Murgtalbahn.
De locomotieven van de bouwserie 82 stonden bekend om hun hoge smeerolie verbruik. Daarnaast hadden de warmelucht regelaars vaak mankementen en functioneerden de Straalpompen slecht. Vanaf 1966 werden de locomotieven ter zijde gesteld. De laatste locomotief van de bouwserie 82 werd in 1972 ter zijde gesteld.