De Bouwserie 143 (DR Bouwserie 243) was elektrische locomotief bestemd voor het personenvervoer en voor het goederentransport van de Deutsche Reichsbahn (DR). Bij de Deutsche Bundesbahn werden de locomotieven in 1994 ingedeeld als bouwserie 143. Later werden ze ingedeeld als bouwserie 114. De locomotieven zijn nog regelmatig te zien in Duitsland op diverse trajecten en worden voornamelijk ingezet voor het personenvervoer.
Ontwikkeling en Bedrijf
De Deutsche Reichsbahn was in 1976 druk bezig om de trajecten te elektrificeren en was dan ook op zoek naar elektrische locomotieven voor deze trajecten. De VEB Lokomotivbau Elektrotechnische Werke Hans Beimler Hennigsdorf (LEW) kreeg de opdracht om een elektrische locomotief te ontwikkelen voor het personen- en goederenvervoer. In 1982 werd een prototype 212 001-2 gepresenteerd op de voorjaarbeurs in Leipzig. De locomotief was wit met rode strepen en kreeg de bijnaam "Weiße Lady". De locomotief behaalde bij proefritten een max.snelheid van 140 km/h. Tijdens deze proefperiode werden verbeteringen aangebracht aan het drijfwerk. In 1983 werd de locomotief omgenummerd in 243 001-5 en ingedeeld als bouwserie 243. Vanaf 1984 volgde de serie levering van deze locomotieven. Er werden in dat jaar 20 locomotieven aan de DR geleverd. In de volgende jaren werden tot aan 1989 zo'n 500 locomotieven geleverd.
Na de Duitse hereniging in 1990 werd in 1994 de Deutsche Reichsbahn samengevoegd met de Deutsche Bundesbahn tot 1 onderneming (Deutsche Bahn). De locomotieven van de bouwserie 243 werden omgenummerd naar de bouwserie 143 en de bedrijfsnummers werden aangepast en werden de locomotieven ook in West-Duitsland ingezet op diverse trajecten.
In 2008 werd de eerste locomotief van deze bouwserie ter zijde gesteld, waarna er meer volgden. Tot medio 2014 werden in totaal 250 stuks van deze bouwserie verschroot. Met name vanwege de maximumsnelheid van 120 km/h en het ontbreken van recuperatie remmen, maakt de locomotief ongeschikt voor de huidige maatstaven, wat de reden is dat veel van deze locomotieven reeds ter zijde zijn gesteld.
Bouwserie 114.1 en 114.3
Omdat op diverse regionale en interregionale trajecten een snelheid van 160 km/h was toegestaand, voldeed de inzet van de locomotieven van de bouwserie 143 met een maximum snelheid van 120 kn/h niet meer op deze trajecten. Aangezien het chassis van de bouwserie 143 ooit ontworpen was voor een max.snelheid van 160 km/h, besloot men een aantal locomotieven om te bouwen naar 140 en 160 km/h. Locomotief 143 171 werd omgebouwd voor 140 km/h, kreeg bedrijfsnummer 114 101 en werd aangeduid als bouwserie 114.1. Locomotief 143 120 werd omgebouwd voor 160 km/h, kreeg bedrijfsnummer 114 301 en werd ingedeeld als bouwserie 114.3.
Het ombouwen van de locomotieven van de bouwserie 143 naar 160 km/h bleek te kostbaar en daarom werden ervoor gekozen om aan aantal locomotieven om te bouwen voor een maximum snelheid van 140 km/h.
Bouwserie DR 212 en DBAG 112
Bij de Deutsche Reichsbahn liep men tegen hetzelfde probleem aan. De trajecten naar Berlijn waren inmiddels geschikt voor hogere snelheden dan de maximum snelheid van 120 km/h die voor de bouwserie 243 goldt. Men besloot om 4 locomotieven (prototypes) van de bouwserie 212 te laten bouwen. Aangezien het prototype met bedrijfsnummer 212 001 van de bouwserie 243 reeds was uitgegeven werd gekozen om de locomotieven te nummeren van 212 002 t/m 212 005. Er volgde een serie bestelling van 35 stuks (212 006 t/m 212 040).
Rond de periode van de hereniging van Duitsland, werd zowel bij de Deutsche Reichsbahn als bij de Deutsche Bundesbahn een bestelling van 45 stuks gedaan van de verbeterde versie (bouwserie 112.1) gedaan bij AEG, die inmiddels LEW Hennigsdorf had overgenomen.
Met de samenvoeging van de Deutsche Bundesbahn (DB) met de Deutsche Reichsbahn (DR) in de nieuwe Deutsche Bahn (DBAG) werden de 38 locomotieven van de bouwserie 112.0 ingedeeld als Bouwserie 114.
Kleurvarianten
Het prototype van de bouwserie 243 (de 212 001-2) ook wel bekend als "Weiße Lady", werd vanaf fabriek in het wit met 2 rode sierbanen, afgeleverd.
De overige locomotieven van de bouwserie 243 werden in een rode kleur afgeleverd. De locomotieven die werden ingezet op de S-Bahnen, werden omgeschilderd in een oranje/kiezelgrijze kleurstelling. Later werden de locomotieven in een verkeersrode kleur omgeschilderd.