Königlich Württembergischen Staats-Eisenbahnen (K.W.St.E.)

Uit 3rail Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Königlich Württembergische Staats-Eisenbahnen (K.W.St.E)
Commons-Eisenbahnkarte Württemberg 1867.jpg
Land Duitsland.gif: Württemberg
(Keizerrijk Duitsland)
Opgericht 1843
Opgeheven 1920
Hoofdkantoor -
Spoor lengte 2.000 km

Königlich Württembergische Staats-Eisenbahnen (K.W.St.E)

De Königlich Württembergischen Staats-Eisenbahnen (K.W.St.E.) waren de Staatsspoorwegen van het Koninkrijk Württemberg tussen 1843 en 1920.

Geschiedenis

In 1825 waren er in het koninkrijk Württemberg plannen om de verkeersontsluiting in het land te verbeteren. In 1834 gaf de staat toestemming voor de aanleg van spoortracé's, mede gefinancieerd door privë ondernemingen die de lijnen ook wilden exploiteren. In 1836 werd de Württembergischen Eisenbahngesellschaft opgericht. De hoofdtracé's waren als staatsbaan voorbestemd, omdat de regering en de koning interesse hadden in het eventuele lucratieve transitverkeer. In 1843 werd de bouw van de diverse trajecten gerechtelijk vastgelegd en werd de Königlich Württembergische Staats-Eisenbahnen (K.W.St.E) opgericht. In de overeenkomst stond nadrukkelijk vastgelegd dat de bouw van zijlijnen ook door privé ondernemingen gerealiseerd mochten worden. De overeenkomst was tevens de aanleiding voor het oprichten van de Maschinenfabrik Esslingen, waar spoorwegmaterieel en voertuigen gebouwd werden.

Trajecten K.W.St.E. 1845-1880

Stuttgart Hbf–Landsgrens Neu-Ulm (94,3 km)

  • 22.10.1845 (Stuttgart-Bad Cannstatt–Stuttgart-Untertürkheim)
  • 7.11.1845 (Stuttgart-Untertürkheim–Stuttgart-Obertürkheim)
  • 20.11.1845 (Stuttgart-Obertürkheim–Esslingen (Neckar))
  • 15.10.1846 (Stuttgart Hbf–Stuttgart-Bad Cannstatt)
  • 14.12.1846 (Esslingen (Neckar)–Plochingen)
  • 11.10.1847 (Plochingen–Süßen)
  • 14.6.1849 (Süßen–Geislingen (Steige))
  • 29.6.1850 (Geislingen (Steige)–Ulm Hbf)
  • 1.5.1854 (Ulm Hbf–Landsgrens Neu-Ulm)

Stuttgart Hbf–Bruchsal (80,4 km)

  • 15.10.1846 (Stuttgart Hbf–Ludwigsburg)
  • 11.10.1847 (Ludwigsburg–Bietigheim-Bissingen)
  • 1.10.1853 (Bietigheim-Bissingen–Bruchsal)

Ulm Hbf–Friedrichshafen Stadt (103,6 km)

  • 8.11.1847 (Ravensburg–Friedrichshafen Stadt)
  • 26.5.1849 (Biberach (Riß)–Ravensburg)
  • 1.6.1850 (Ulm Hbf–Biberach (Riß))

Bietigheim-Bissingen–Osterburken (78,2 km)

  • 25.7.1848 (Bietigheim-Bissingen–Heilbronn Hbf)
  • 11.9.1866 (Heilbronn Hbf–Bad Friedrichshall-Jagstfeld)
  • 27.9.1869 (Bad Friedrichshall-Jagstfeld–Osterburken)

Friedrichshafen Stadt–Friedrichshafen Hafen (0,8 km)

  • 1.6.1850 (Friedrichshafen Stadt–Friedrichshafen Hafen)

Plochingen–Immendingen (161 km)

  • 20.9.1859 (Plochingen–Reutlingen Hbf)
  • 15.10.1861 (Reutlingen Hbf–Rottenburg (Neckar))
  • 1.11.1864 (Rottenburg (Neckar)–Eyach)
  • 1.12.1866 (Eyach–Horb)
  • 8.10.1867 (Horb–Talhausen)
  • 23.7.1868 (Talhausen–Rottweil)
  • 15.7.1869 (Rottweil–Tuttlingen)
  • 26.7.1870 (Tuttlingen–Immendingen)

Stuttgart-Bad Cannstatt–Landsgrens Nördlingen (107,8 km)

  • 25.7.1861 (Stuttgart-Bad Cannstatt–Wasseralfingen)
  • 3.10.1863 (Wasseralfingen–Landsgrens Nördlingen)

Crailsheim–Heilbronn Hbf (88,1 km)

  • 4.8.1862 (Schwäbisch Hall–Heilbronn Hbf)
  • 10.12.1867 (Crailsheim–Schwäbisch Hall)

Aalen–Ulm Hbf (64,3 km)

  • 15.9.1864 (Aalen–Heidenheim)
  • 25.6.1875 (Heidenheim–Niederstotzingen)
  • 15.11.1875 (Niederstotzingen–Langenau (Württ))
  • 5.1.1876 (Langenau (Württ)–Ulm Hbf)

Stuttgart Gbf–Bk Rosenstein (1,7 km)

  • 1864 Stuttgart Gbf–Bk Rosenstein

Goldshöfe–Crailsheim (30,4 km)

  • 15.11.1866 Goldshöfe–Crailsheim

Pforzheim Hbf–Bad Wildbad (22,8 km)

  • 11.6.1868 (Pforzheim Hbf–Brötzingen Mitte)
  • 11.6.1868 (Brötzingen Mitte–Bad Wildbad)

Ulm Hbf–Sigmaringen (92,7 km)

  • 2.8.1868 (Ulm Hbf–Blaubeuren)
  • 13.6.1869 (Blaubeuren–Ehingen (Donau))
  • 10.10.1869 (Riedlingen–Mengen)
  • 15.6.1870 (Ehingen (Donau)–Riedlingen)
  • 13.11.1870 (Mengen–Scheer)
  • 26.7.1873 (Scheer–Sigmaringen)

Stuttgart-Zuffenhausen–Calw Süd (48,5 km)

  • 23.9.1868 (Stuttgart-Zuffenhausen–Ditzingen)
  • 1.12.1869 (Ditzingen–Weil der Stadt)
  • 20.6.1872 (Weil der Stadt–Calw Süd)

Tübingen Hbf–Sigmaringen (87,5 km)

  • 29.6.1869 (Tübingen Hbf–Hechingen)
  • 1.8.1874 (Hechingen–Balingen (Württ))
  • 4.7.1878 (Balingen (Württ)–Sigmaringen)

Herbertingen–Leutkirch (68,6 km)

  • 25.7.1869 (Bad Saulgau–Bad Waldsee)
  • 10.10.1869 (Herbertingen–Bad Saulgau)
  • 15.9.1870 (Bad Waldsee–Kißlegg)
  • 1.9.1872 (Kißlegg–Leutkirch)

Rottweil–Villingen (26,8 km)

  • 26.8.1869 Rottweil–Villingen (Schwarzwald)

Crailsheim–Königshofen (60,3 km)

  • 23.10.1869 Crailsheim–Königshofen (Baden)

Pforzheim Hbf–Horb (69,5 km)

  • 20.6.1872 (Calw Süd–Nagold)
  • 1.6.1874 (Pforzheim Hbf–Calw Süd und Nagold–Horb)

Leutkirch–Isny (15,9 km)

  • 15.8.1874 (Leutkirch–Isny)

Crailsheim–Landsgrens Ansbach (10,3 km)

  • 1.6.1875 (Crailsheim–Landsgrens Ansbach)

Altshausen–Pfullendorf (25 km)

  • 14.8.1875 (Altshausen–Pfullendor)

Waiblingen–Schwäbisch Hall-Hessental (60,7 km)

  • 26.10.1876 (Waiblingen–Backnang)
  • 11.4.1878 (Backnang–Murrhardt)
  • 1.12.1879 (Gaildorf West–Schwäbisch Hall-Hessental)
  • 15.5.1880 (Murrhardt–Gaildorf West)

Heilbronn Hbf–Eppingen (24,1 km)

  • 10.10.1878 (Heilbronn Hbf–Schwaigern (Württ))
  • 8.8.1880 (Schwaigern (Württ)–Eppingen)

Stuttgart Hbf–Eutingen im Gäu Em Süd (59,04 km)

  • 1.9.1879 (Stuttgart Hbf–Eutingen im Gäu Em Süd)

Hochdorf b Horb–Freudenstadt Hbf (25,3 km)

  • 1.9.1879 (Hochdorf b Horb–Freudenstadt Hbf)

Sinds 1844 vonden bouw en reparaties van locomotieven en wagons plaats in de Maschinenfabrik Eßlingen. In 1869 werd een extra werkplaats voor wagons geopend in Cannstatt. Bekende locomotieven van de K.W.St.E. zijn o.a. de door Eugen Kittel ontworpen locomotieven zoals de Kittel, de Württembergische C en de Württembergische K.

In 1913 bestond de Württembergische Staatseisenbahn samen met de privé-ondernemingen uit 2.256 km spoor, 639 stations, 855 locomotieven, 17 treinstellen, 2394 personenrijtuigen, 760 post/bagage-rijtuigen en 14.565 goederenwagons.

Na de eerste wereldoorlog kwam een einde aan de duitse koninkrijken en werden per 1 April 1920 de spoorlijnen en materieel eigendom van het Duitse Rijk. De staatsspoorwegen van Baden, Pruisen, Saksen, Mecklenburg, Oldenburg en Württemburg vielen voortaan onder de Deutsche Reichsbahn.

Naamgeving/Indeling groospoormaterieel

Voor een overzicht van afkortingen van Duits spoorwegmaterieel zie: Overzicht Grootspoor Materieel Königlich Württembergische Staats-Eisenbahnen.


Bronnen:wikipedia[1]

Verwijzingen

Intern

Extern


Bronnen, Referenties en/of Voetnoten

  1. Bron:https://de.m.wikipedia.org/wiki/Königlich_Württembergische_Staats-Eisenbahnen


Duitsland.gif
Grootspoor rijdend materieel Königlich Württembergischen Staats-Eisenbahnen (K.W.St.E.)
Stoomlocomotieven: I - II - III - IV - V - VI - VII - A - Ac (BR 34.82) - AD/ADh(BR 13.16/13.17) - B/B2 - B kr - C (BR 18.1) - D - E - F - Fc (BR 53.8) - F1 - F 1c - G - G 12(BR 58.10–21) - H(BR 57.3/57.4) - K (BR 59) - T - T 3(BR 89.3–4) - T 4(BR 92.1) - T 5(BR 75.0) - T 6(BR 92.0) - T 9(BR 91.20) - T 14 - T 18 - Tn(BR 94.1)
Treinstellen: AW - BW - DW/CiDT - DWss


Spoorwegmaatschappijen Duitse Keizerrijk
Baden (Bad.StB.) - Beieren (K.Bay.Sts.B.) - Elzas-Lotharingen - Hessen en Pruisen/Hessen (K.P.u.G.H.StE.) - Mecklenburg (M.F.F.E.) - Oldenburg (G.O.E.)
Pruisen (K.P.St.E.) - Saksen (K.Sächs.Sts.E.B.) - Württemberg (K.W.St.E.)