De locomotieven van de bouwserie V60 zijn dieselhydraulische locomotieven die ingezet werden voor de rangeerdiensten en het lichte goederentransport. In dubbeltractie werden ze ook voor de zware rangeerdiensten ingezet. De locomotieven werden gebouwd door de Oost-Duitse fabrikanten Lokomotivbau Karl-Marx (LKM) en LEW Henningsdorf.
Ontwikkeling en Bedrijf
De Deutsche Reichsbahn had in de jaren '50 een dieselloc programma opgesteld en gaf opdracht aan Lokomotivbau Karl-Marx om een diesellocomotief te ontwikkelen voor de rangeerdiensten met een vermogen van 478 kW en een aslast van minder dan 15 ton, ter vervanging van de stoomlocomotieven van de Bouwserie 89, Bouwserie 91 en Bouwserie 92.
De Lokomotivbau Karl-Marx (LKM) uit Babelsberg bouwde in 1959 twee prototypes welke de bedrijfsnummers V 60 1001 en V 60 1002 kregen. Voordat de serie-productie kon worden opgestart, waren er nog wijzingingen in de constructie nodig. In 1961 werd een eerste kleine serie geproduceerd welke bestond uit 5 locomotieven en welke de bedrijfsnummers V 60 1003 t/m V 60 1007. In 1962 volgde een serie van 163 locomotieven die ingedeeld werden als bouwserie V 6010 en welke tot in 1964 geleverd werden. Hierna werden noch verbeteringen doorgevoerd zoals extra balast waardoor het dienstgewicht op 60 ton kwam te liggen en een aangepaste machinistencabine over de gehele breedte van de loc en welke werd voorzien van een zonwerend dak. Het prototype van deze locomotief, die als bouwserie V 6012 werd ingedeeld, werd nog gebouwd door LKM in 1964. Hierna werd de serieproductie van deze locomotief verplaatst naar de Lokomotivbau Elektrotechnische Werke Hans Beimler in Henningsdorf (LEW Henningsdorf).
Vanaf 1970 werden beide varianten ingedeeld als bouwserie 106. Toen in 1975 de loc met bedrijfsnummer 106 999 geleverd werd, werd besloten om de volgende locomotieven als bouwserie 105 te nummeren, omdat de bouwserie 107 reeds in gebruik was. In 1982 werd de laatste locomotief geleverd met het bedrijfsnummer 105 165. Later opgekochte locomotieven kregen een 105 9xx nummer toegewezen.
Bouwserie 347
In 1986 besloot de DR om 14 locomotieven aan te passen voor het breedspoor tussen de DDR en Litouwen. In 1992 werden deze locomotieven ingedeeld als bouwserie 104, welke bij de samenvoeging met de DB als bouwserie 347 werd ingedeeld.
Bouwserie 344
Midden jaren '80 liep de inzet van de bouwserie 105 en 106 locomotieven terug en zocht men mogelijkheden om deze locomotieven nieuw leven in te blazen. De DR besloot om de locomotieven aan te passen en een 365 kW motor in te bouwen gecombineerd met een electronisch gestuurde stroomaandrijving. Deze aanpassing zorgde voor een besparing in het brandstofverbruik van 15 ton per locomotief. In 1991 begon de serieombouw van de locomotieven welke na de ombouw werden ingedeeld als bouwserie 344.
Bij invoering van de gemeenschappelijke nummerschema's van de Deutse Reichsbahn en de Deutsche Bundesbahn begin 1992, werden de locomotieven heringedeeld.
Bouwserie 104 werd heringedeeld als bouwserie 344
Bouwserie 105 werd heringedeeld als bouwserie 345
Bouwserie 106 werd heringedeeld als bouwserie 346
de aangepaste breedspoor locomotieven werden heringedeeld als bouwserie 347.
Ongeveer 25% van de locomotieven werd geëxporteerd. Zo waren de locomotieven ook in gebruik bij o.a. De Egyptische spoorwegen, de Bulgaarse spoorwegen (BDŽ), de Tsjechische spoorwegen (ČSD) en de Algerijnse spoorwegen (SNTF).
Waar zijn deze locomotieven nog te zien?
De locomotieven zijn nog bij diverse privé-ondernemingen in gebruik.