Stoomlocomotief Pruisische P 10 / Bouwserie 39.0-2
De Pruisische P 10 locomotieven waren stoomlocomotieven van de Koninklijke Pruisische Staatsspoorwegen (K.P.St.E.), welke ontwikkeld werden voor het sneltrein verkeer en het personenvervoer in het middelgebergte. De Pruisische P 10 was de laatste locomotief voor het personenvervoer die door de Pruisische Staatsspoorwegen werd ontwikkeld. In 1920 werd de Pruisische Staatsspoorwegen overgenomen door de Deutsche Reichsbahn Gesellschaft (DRG).
Ontwikkeling en Bedrijf
Het ontwerp van de Pruisische P 10 werd in 1919 door fabrikant Borsig gemaakt. De levering van de locomotieven werd vertraagd vanwege de oprichting van de Deutsche Reichsbahn in 1920. In 1921 werd opdracht gegeven voor de bouw van de eerste 10 exemplaren. Deze werden in 1922 met bedrijfsnummers 2810 t/m 2820 geleverd en in 1923 als bouwserie 39 ingedeeld. Tot aan 1927 werden in totaal 260 stuks gebouwd en geleverd. Oorspronkelijk werden de locomotieven met een tender van het type pr 2'2 'T 31,5 geleverd. Bij de Deutsche Bundesbahn werden de locomotieven voorzien van een tender van het type 2'2 'T 34.
De locomotieven werden o.a. ingezet op de Anhalter Bahn, de Main-Weser-Bahn, de Ruhr-Sieg-Strecke en de Eifelbahn. Tevens werden ze ingezet op de Schwarzwaldbahn en Gäubahn in Saksen. De locomotieven van de bouwserie 39 0-2 vervingen ook de locomotieven van de Badische IV f op het traject Straatsburg-Kehl-Stuttgart en op de Orient Express, tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Na de 2e wereldoorlog waren bij de Deutsche Bundesbahn in 1950 nog 153 exemplaren in dienst en in West-Duitsland (DDR) nog 86. De Pruisische P10 locomotieven waren bij de wederopbouw van de DDR nog onmisbaar en werden daarom opgenomen in het wederopbouw programma. Er werden 85 exemplaren geherconstrueerd (Reko-locomotieven), waarbij ze werden voorzien van een langere ketel en een nieuwe cabine. Deze locmotieven werden ingedeeld als Bouwserie 22. Naarmate de elektrificatie van de trajecten vorderde, werden de P 10 locomotieven overbodig en begon de ter zijde stelling. In 1967 werden de laatste 3 locomotieven van de Deutsche Bundesbahn in Stuttgart ter zijde gesteld. Bij de Deutsche Reichsbahn (DDR) reden in 1970 nog enkele exemplaren rond. Deze werden met de invoering van het nieuwe EDV-nummerschema ingedeeld als bouwserie 39.10. De nog vrij nieuwe ketels van deze locomotieven werden gebruikt voor de locomotieven van de Bouwserie 03.
Waar zijn deze locomotieven nog te zien?
Loc 39 230 is bewaard gebleven en staat in het Deutschen Dampflokomotiv-Museum in Neuenmarkt-Wirsberg.
Loc 39 184 is bewaard gebleven en staat in het bedrijfsmuseum van Alstom, in Salzgitter-Watenstedt (niet toegankelijk).