De VT 97 railbussen waren voorzien van een Riggenbach tandheugelaandrijving. Ze werden bij de Deutsche Bundesbahn ingedeeld als VT 97 en vanaf 1968 heringedeeld als bouserie 797. De VT 97 railbussen leken in hun bouw en samenstelling erg op de VT 98, maar met het verschil van aanwezigheid van de tandwielaandrijving.
Ontwikkeling en Bedrijf
In 1962 werden zes motorwagens ontworpen als tandheugelwagens en geclassificeerd als de VT 97.9-serie; de bijbehorende stuurstandrijtuig als VS 97 001 t/m 97 006. De tandwielaandrijving werd geleverd door SLM Winterthur. Door de verdeling van tandwielstangen hadden deze railbussen een wielbasis van slechts 5,95 meter. De maximale snelheid tijdens de beklimming via de tandwielen was 15 km/u, anders 90 km/u. De VT 97 901 t/m 906 reed vanaf 27 mei 1962 op de tandradbaan Honau - Lichtenstein.
De VT 97 901 werd begin 1964 naar de Passau-depot overgebracht en reed bij gebrek aan geschikte tandradlocomotieven van 1964 t/m 1965 in het goederenverkeer op de spoorlijn Erlau - Wegscheid. Er werden nog twee treinstellen besteld voor het traject naar Wegscheid, maar op 28 januari 1965 werd door vallende rotsen, het traject onbegaanbaar. De railbus werd gestationeerd op het depot in Tübingen en ontving op 1 januari 1968 het EDP-voertuignummer 797 901-6.
Op dezelfde datum werden de VT 97 902 t/m 908 ook heringedeeld en kregen de bedrijfsnummers 797 902 t/m 797 908. De reeds bestelde VT 97 907 en VT97 908 werden na levering in 1965 in het depot in Tübingen gestationeerd.
Nadat de tandradlijnen waren opgeheven, werd de tandwielaandrijving tussen 1970 en 1973 uitgebouwd. De voertuigen werden vanaf 1 januari 1973 aangeduid als 797 501 t/m 797 508. Daarna werden ze onder meer ingezet op de lijn Göppingen - Bol, totdat ook deze lijn op 27 mei 1989 werd gesloten. Drie motorwagens (797 502, 797 503 en 797 505) en twee stuurrijtuigen (VS 97 604 en VS 97 605) zijn eigendom van de Vrienden van de tandradbaan Honau-Lichtenstein e.V.