Aangezien de V 60 niet aan alle eisen voor het zware rangeerwerk kon voldoen, ging de DB aan het begin van de 60-er jaren op zoek naar een meer geschikte locomotief voor dit werk. Aanvankelijk had men een omgebouwde BR 212 (met een versterkt frame en extra ballast aan boord) op het oog, maar vanwege stabiliteitsproblemen liet men dit plan varen. MaK ontwikkelde een nieuwe locomotief die zwaarder en langer was dan de BR 212, maar wel voorzien was van de dieselmotor van de 212.
Nadat in 1964/1965 een voorserie van 20 exemplaren (V 90 001 – 020; nu nog rondrijdend als 290 001, 003, 008, 502, 504-507, 509-520 bij DB Schenker Rail) was gemaakt, begon men in 1966 met de serieproductie. De serie V 90 was met een lengte van 14.32m nog weer iets langer (en lichter) dan de voorserie exemplaren. In januari 1968 werden de tot dan toe gebouwde V 90-exemplaren (V 90 001-058) omgedoopt tot Baureihe 290 (001-058.)
De eerste serie locomotieven die vanaf 1964 werden uitgeleverd, kregen de bordeaux rode kleur. Vanaf 1970 werden de locomotieven in een nieuw jasje gespoten in de kleuren blauw/beige. Halverwege de jaren 80 kregen de locomotieven de oriëntrode kleur en in eind 1990 de huidige verkeersrode kleur. In 2002 werden de motoren van de locomotieven vervangen door sterkere motoren. Ook werden de locomotieven omgenummerd. (bestaande nummer werd met 500 opgehoogd). In totaal werden er 408 locomotieven van de BR290/BR294 aan de DB geleverd.