Bouwserie Schienenzeppelin

Uit 3rail Wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bouwserie Schienenzeppelin
Schienenzeppeling op de testbaan in Oktober 1930
Type Schienenzeppelin / Railzeppelin
Aantal 1
Serie -
Fabrikant Kruckenberg
Bouwjaar 1930
Lengte 25,85 meter
Gewicht 20,3 ton
Max. snelheid 230 km/h
Vermogen 324 kW
Dienstgewicht 20,3 ton
Aanvangskracht - kN
Uit dienst 1939

Bouwserie Schienenzeppelin

Kruckenbergs Schienenzeppelin (railzeppelin) is een van de meest opmerkelijke railvoertuigen die ooit zijn gemaakt. De lange zilveren buis met de enorme propeller achterop was misschien niet het meest praktische voertuig, maar trok wel overal waar hij kwam hordes mensen aan.

Ontwikkeling en Bedrijf

De railzeppelin werd onder leiding van Franz Kruckenberg in 1930 in het Reichsbahn-onderhoudsdepot Hannover-Leinhausen gebouwd. De trein van 25,85m lang en had een afstand van 19,6m tussen de twee assen. De essenhouten propeller had vier bladen en werd door een 600pk sterke BMW VI 12-cilinder vliegtuigmotor aangedreven. Om voor voldoende neerwaartse druk op de trein te zorgen was de propeller 7 graden omhoog gericht. De railzeppelin had een aluminium frame en een buitenbekleding van zeildoek. Het leeggewicht bedroeg slechts 18,6 ton.

Op 10 mei 1931 was de railzeppeling het eerste voertuig dat de 200km/h-grens doorbrak op het baanvak tussen Plockhorst en Lehrte. Daarna maakte de trein een promotiereis door heel Duitsland. Op 21 juni 1931 werd het 257km lange traject tussen Hamburg-Bergedorf en het Lehrter Bahnhof in Berlijn afgelegd in slechts 98 minuten. Kruckenberg bestuurde de railzeppelin zelf. Tussen Karstädt en Wittenberge werd een snelheid van 230,2 km/h gehaald. Het zou nog 24 jaar duren voordat dat record werd gebroken.

De railzeppelin had een aantal grote nadelen. Het grootste daarvan was dat de trein niet gekoppeld kon worden aan wagons of andere treinstellen. Er kon dus maar met een maximum aantal passagiers worden gereden.

Een ander groot nadeel was dat de hoge topsnelheid wel erg indrukwekkend was, maar niet praktisch. Een traject moest voor de railzeppelin altijd vrij gemaakt worden van andere, langzamere treinen. Met de propeller kon niet achteruit gereden worden en voor rangeren was een hulpmotor op accu's noodzakelijk. De trein kon dus alleen op baanvakken ingezet worden waar aan beide kanten een draaischijf of spoordriehoek aanwezig was. Eigenlijk was er voor de railzeppelin een volledig nieuwe infrastructuur nodig. Mede daardoor is het nooit verder dan dit ene prototype gekomen.

In 1932 werd de railzeppelin grondig verbouwd. Direct achter de voorste as werd hij doorgezaagd en werd er een nieuwe voorkant gemonteerd, die later model zou staan voor treinstel 137 155. In plaats van een enkele vooras werd een dubbelassig draaistel gemonteerd. De enkele achteras bleef. De vliegtuigmotor bleef ook, maar werd hydraulisch gekoppeld aan de beide voorassen. De karakteristieke propeller verdween. In november 1932 was het werk klaar en begin 1933 werd een snelheid van 180km/h bereikt.

Begin 1934 werd de trein voor de laatste keer omgebouwd. Er kwam een nieuwe motor in (een Maybach GO 5), als voorbereiding op (en prototype voor) de bouw van treinstel 137 155. In juli 1934 reed de railzeppelin voor het laatst van Berlijn naar Hamburg. In november van dat jaar werd hij voor 10.000 Reichsmark aan de Reichsbahn verkocht, die de trein nog wilde gaan inzetten. Zo ver is het echter nooit gekomen en de railzeppelin werd ondergebracht bij het Reichsbahn onderhoudsdepot in Berlijn-Tempelhof. In 1939 bleek de trein zo ver verrot te zijn dat behoud voor een museum niet meer mogelijk was en de trein werd daarom gesloopt.

Märklin heeft al in 1932 een model van de railzeppelin uitgebracht in Spoor 0. Dit model was naar verhouding veel korter dan het origineel. Ook deze H0-versie, die van 1975 tot 1990 gemaakt is, is eigenlijk te kort.

Bronnen:


Waar zijn deze locomotieven nog te zien?

De Schienenzeppelin is helaas niet bewaard gebleven, maar is in 1939 gesloopt omdat deze in een te slechte staat verkeerde om nog opgeknapt te worden.

Bijzonderheden/Opmerkingen

Literatuur

Externe Verwijzingen

Diverse afbeeldingen Bouwserie Schienenzeppelin

Modellen

Märklin H0 modellen

Duitsland.gif
Märklin H0 modellen Kruckenbergs Schienenzeppelin

Märklin Art.nr. Bouwserie Intro-jr. Besturing Motor Tijdperk Bedr.nr. Bedrijf Kleur Behuizing Bijzonderheden Foto
3077 rail zeppelin 1975-1990 Analoog/Relais SFCM II - DRG Zilverkleurig Kunststof oranje propellor
Märklin 3077-side.jpg
3477 rail zeppelin 1995-1996 Delta SFCM II - DRG Zilverkleurig Kunststof -
Märklin 3477 1.jpg
3477.2 rail zeppelin 1998 Delta SFCM II - DRG Zilverkleurig Kunststof opdruk ”Der Schnellste Reichsbahner”
Märklin 3477 1.jpg
37777 rail zeppelin 2010-2011 Digitaal MFX 5*SFCM II - DRG Zilverkleurig Kunststof oranje propellor, geluid: volledig
Märklin 37777.jpg
39777 rail zeppelin 2021 Digitaal MFX 5*SFCM II - DRG Zilverkleurig Kunststof oranje propellor, geluid: volledig, MHI -

Märklin Z modellen

Duitsland.gif
Märklin Z modellen - Kruckenbergs Schienenzeppelin

Märklin Art.nr. Bouwserie Intro-jr. Besturing Motor Tijdperk Bedr.nr. Bedrijf Kleur Behuizing Bijzonderheden Foto
8876 rail zeppelin 1982-1983 Analoog 3pol.DC-motor II - DRG Zilver Kunststof - -
88761 rail zeppelin 2010-2013 Analoog 5pol.DC-motor II - DRG Zilver Kunststof - -

Duitsland.gif
Grootspoor rijdend materieel Duitsland
Stoomlocomotieven: 01 - 01.10 - 02 - 03 - 03.10 - 05 - 10 - 15 Bayerische S 2/6 - 17 - 18.1 Württembergische C - 18.3 Badische IV h - 18.4 Bayerische S 3/6 - DR 18 201 - 19 - 23 - 24 - 34 (Reihe B VI) - 38 (P8) - 41 - 42 - 42.90 - 43 - 44 - 45 - 50 - 52 - 52.80 - 53 - 55 - 56 - 57 - 58 - 59 - 61 - 62 - 64 - 65 - 66 - 73 - 74 - 75 - 78 (T18) - 79 - 80 - 81 - 82 - 85 - 86 - 89 - 89.70-75 - 91 - 92 - 93 - 94 - 95 - 96 - 98 (PtL 2/2) - 98.7 (Bay.BB II) - 99 - Länderbahn
Diesellocomotieven: V36 (236) - V60 (260/360-365) - V65 - V80 (280) - V90 - V100 - V120 - V140 - V160 (210/216/218) - V162 (217) - V188 (288) - V200 (220/221) - 232 (DR V130/132) - 245 - 246 - 247 - 253/ER 20 - 285 - 323 (Köf II) - 331/335 (Köf III) - DH 500 Ca - DHG 500 - DHG 700 - MaK DE 1002 - MaK G 1203 - MaK G 1205 BB - MaK G 1206
Accumulator-locomotieven: Ka/Ks
Elektrische locomotieven: E03/103 - E04/104 - E10/110 - E11/211 (DR) - E17/117 - E18/118 - E19/119 - E32/132 - E36 / EP3/6 - E40.11/139 - E40/140 - E41/141 - E42/242 (DR) - E44/144 - E50/150 - E52 - E60/160 - E63/163 - E69/169 - E70/EG2 - E75/175 - E 80 (DR) - E91/191 - E93/193 - E94/194 - E410/184 - 101 - 111 - 120 - 128 - 143 - 146 - 151 - 152 - 180 - 182 - ES64U4 -185 - 186 - 187 - 189 - 193 - 230
Treinstellen (stoom): DW/CiDT
Treinstellen (accu): 515
Treinstellen (diesel): 601 (VT11.5) - 605 (ICE-TD) - 608.8 (VT08.8) - 610 (Pendolino) - 611 - 612 (Regio Swinger) - 613 (VT08.5-VT12.6) - 614 - 620 (LINT 81) - 622 (LINT 54) - 624/634 VT24 - 626 (NE81) - 627 - 628 - 640 (LINT 27) - 648 (LINT 41) - 642 (Siemens Desiro Classic) - 690-691 (Cargosprinter) - 701 (VT55) - 771-772 (VT2.09) - 795/798 (VT95/VT98) - VT04/SVT137 (Vliegende Hamburger) - VT10.5 - VT12.5 (BR 612) - VT89/VT133 (Wismarer Schienenbus) - VT 859 - Schienenzeppelin
Treinstellen (elektrisch): 401ICE1 - 402ICE2 - 403ICE3 - 403.0Donald Duck - 406ICE-3MF - 420 - 422 - 423 - 424 - 425 - 426 - 427 ET27 - 429 - 430 - 430.1 ET30 - 440 - 442Talent 2 - 475 ET 165/ET 275 -485 ET 85 - ET 87 - 491 ET91 - 517 ETA 176 - ET 194